Ken
High Score Hunter
Wandelende burgers & baguettes
Ik las net een artikeltje op de gerenommeerde website IGN over de Tokyo Game Show. De trouwe lezer heeft ongetwijfeld mijn verslag gelezen van mijn bezoek aan de E3 (Electronic Entertainment Expo) show in Los Angeles. Als deze tirade je is ontgaan, ga dan even naar de foto’s van Amerika links in de balk en klik op de link die boven de foto’s staat. De Tokyo Game Show (TGS) en de E3 zijn beiden beurzen waar bedrijven hun videogames promoten aan pers en publiek. Op de E3 aan de pers, op de TGS aan beiden, omdat na de eerste dag ook het publiek naar binnen kan. Dat Amerikaanse pers kritiek kan hebben op drukte bij een gameshow doet mijn haren overeind springen. Volgens IGN stond er bij iedere booth een rij met mensen als je even iets wilde spelen. Unlike E3, waar er veel te veel mensen rondlopen die er helemaal niets te zoeken hebben, staan er dus Gamers (!) in de rij. Vader en zoon, de uiteindelijke klanten van alle bedrijven (en de media!) durven zich dus te vertonen op deze beurs. De pers heeft de eerste dag ruimschoots alles kunnen testen en in Tokyo begrijpen ze nog dat beurzen ook voor het normale publiek zijn. Misschien zijn de Amerikanen alweer vergeten dat je in L.A. drie uur in de rij mocht staan, vijftig dollar voor parkeren betaalde, de catering (dit is echt unbelievable) pas om twaalf uur haar deuren opende en al dat tuig als hobbits op de grond zaten met hun broodje vet. De Tokyo Game Show was best druk, maar de catering heb ik geen minuut voor in de rij gestaan, ik ben tegen niemand aangebotst en de vrouwen zijn trouwens ook nog tien keer machtiger dan die opgespoten botox biggen.
Naast mijn irritatie voor Amerikanen is er nog een land waar een bepaalde kwallerige sfeer hangt en een volk woont waar ik helemaal niets mee heb en dat is Frankrijk.
‘Ho, ho, hoor ik jou nu generaliseren?’
‘You damn right I am, want zonder generalisatie zou er nooit meer kritiek geleverd kunnen worden. Am I wrong? ‘
Mensen die zeggen dat je niet mag generaliseren, zijn bang om de waarheid onder ogen te zien.
Ik heb op de Tokyo Game Show een interview gedaan met Hiroyuki Kobayashi van Capcom. Deze man is verantwoordelijk voor Resident Evil 4, maar nog belangrijker, de originele Devil May Cry. Ik deed dit interview samen met een Fransman van Gamekult, een gerenommeerde website onder hardcore gamers, dat dient gezegd. Ik ben een tegenstander van geluidsopnames bij interviews. Het geeft mij altijd het idee dat een geïnterviewde dan minder verteld en zich gewoon niet helemaal op zijn gemak voelt.
Overigens staren Japanners niet graag en zijn ze snel verlegen, dus vinden ze het ook prettig als je gewoon vaak naar je blaadje kijkt waar je ondertussen aantekeningen op krabbelt. Onderschat niet de psychologie die er bij een interview bij komt kijken. Altijd als ik die zogenaamde ‘profs’ hun Gestapo-apparatuur op tafel zie leggen, zie ik een fronsende wenkbrauw bij de geïnterviewde. Hij vond het ook nodig om soms vragen te stellen in het Japans, om blijkbaar indruk te maken op Kobayashi of wat dan ook.
Dit ging overigens gepaard met het bekende en zeer irritante Franse accent, die ze in welke taal dan ook schaamteloos verwikkelen. Kobayashi had echter gewoon een tolk bij zich, die zich hierdoor ten eerste gepasseerd voelde en ten tweede is het zeer onbeleefd om zoiets te doen met andere journalisten erbij. Ook al kon ik zijn vragen en de antwoorden verstaan, ik vroeg altijd alsnog aan de tolk of hij ze kon vertalen, al was het alleen maar om de vervelende Fransman duidelijk te maken dat ik niet gediend was van zijn irritante gedrag.
De vervelende Fransman legde overigens eerst zijn mobieltje op tafel, zodat iedereen in de ruimte kon zien dat hij in Japan woont. Het heeft namelijk geen zin een mobieltje hier naartoe mee te nemen, alleen Japanse mobieltjes doen het hier. Het is een algemeen bekende truc van buitenlanders die willen bewijzen dat ze hier wonen. Als je bijvoorbeeld tegenover een blanke in de trein zit in Tokyo, pakken ze negen van de tien keer quasi nonchalant hun ‘keitai’ uit hun zak en doen ze net of ze een e-mailtje hebben gehad. Na dit mobieltje trekken incident legde hij zoals jullie waarschijnlijk wel verwachten de bandrecorder op tafel.
Kobayashi heeft mij in de komende minuut van dit verhaal nog net geen knipoog gegeven, maar het had compleet toepasselijk geweest. Kobayashi wilde graag aan ons wat materiaal van zijn nieuwe game, Devil Kings, laten zien. Hij pakte zijn laptop, zette het volume op ‘full power’ en plaatste deze recht voor mij, recht naast de bandrecorder van de Fransman. Mijn twee vrienden en ik keken elkaar vol genoegdoening aan. Het was alsof Kobayashi, mijn twee vrienden en ik een plot tegen de vervelende Fransman hadden bedacht en deze tot uitvoering bracht. Ik ben benieuwd wat de Fransman zal hebben gedacht, toen hij zijn tape nog eens afspeelde.
‘Dat zal je leren’, zal Kobayashi ongetwijfeld gedacht hebben.
Ik las net een artikeltje op de gerenommeerde website IGN over de Tokyo Game Show. De trouwe lezer heeft ongetwijfeld mijn verslag gelezen van mijn bezoek aan de E3 (Electronic Entertainment Expo) show in Los Angeles. Als deze tirade je is ontgaan, ga dan even naar de foto’s van Amerika links in de balk en klik op de link die boven de foto’s staat. De Tokyo Game Show (TGS) en de E3 zijn beiden beurzen waar bedrijven hun videogames promoten aan pers en publiek. Op de E3 aan de pers, op de TGS aan beiden, omdat na de eerste dag ook het publiek naar binnen kan. Dat Amerikaanse pers kritiek kan hebben op drukte bij een gameshow doet mijn haren overeind springen. Volgens IGN stond er bij iedere booth een rij met mensen als je even iets wilde spelen. Unlike E3, waar er veel te veel mensen rondlopen die er helemaal niets te zoeken hebben, staan er dus Gamers (!) in de rij. Vader en zoon, de uiteindelijke klanten van alle bedrijven (en de media!) durven zich dus te vertonen op deze beurs. De pers heeft de eerste dag ruimschoots alles kunnen testen en in Tokyo begrijpen ze nog dat beurzen ook voor het normale publiek zijn. Misschien zijn de Amerikanen alweer vergeten dat je in L.A. drie uur in de rij mocht staan, vijftig dollar voor parkeren betaalde, de catering (dit is echt unbelievable) pas om twaalf uur haar deuren opende en al dat tuig als hobbits op de grond zaten met hun broodje vet. De Tokyo Game Show was best druk, maar de catering heb ik geen minuut voor in de rij gestaan, ik ben tegen niemand aangebotst en de vrouwen zijn trouwens ook nog tien keer machtiger dan die opgespoten botox biggen.
Naast mijn irritatie voor Amerikanen is er nog een land waar een bepaalde kwallerige sfeer hangt en een volk woont waar ik helemaal niets mee heb en dat is Frankrijk.
‘Ho, ho, hoor ik jou nu generaliseren?’
‘You damn right I am, want zonder generalisatie zou er nooit meer kritiek geleverd kunnen worden. Am I wrong? ‘
Mensen die zeggen dat je niet mag generaliseren, zijn bang om de waarheid onder ogen te zien.
Ik heb op de Tokyo Game Show een interview gedaan met Hiroyuki Kobayashi van Capcom. Deze man is verantwoordelijk voor Resident Evil 4, maar nog belangrijker, de originele Devil May Cry. Ik deed dit interview samen met een Fransman van Gamekult, een gerenommeerde website onder hardcore gamers, dat dient gezegd. Ik ben een tegenstander van geluidsopnames bij interviews. Het geeft mij altijd het idee dat een geïnterviewde dan minder verteld en zich gewoon niet helemaal op zijn gemak voelt.
Overigens staren Japanners niet graag en zijn ze snel verlegen, dus vinden ze het ook prettig als je gewoon vaak naar je blaadje kijkt waar je ondertussen aantekeningen op krabbelt. Onderschat niet de psychologie die er bij een interview bij komt kijken. Altijd als ik die zogenaamde ‘profs’ hun Gestapo-apparatuur op tafel zie leggen, zie ik een fronsende wenkbrauw bij de geïnterviewde. Hij vond het ook nodig om soms vragen te stellen in het Japans, om blijkbaar indruk te maken op Kobayashi of wat dan ook.
Dit ging overigens gepaard met het bekende en zeer irritante Franse accent, die ze in welke taal dan ook schaamteloos verwikkelen. Kobayashi had echter gewoon een tolk bij zich, die zich hierdoor ten eerste gepasseerd voelde en ten tweede is het zeer onbeleefd om zoiets te doen met andere journalisten erbij. Ook al kon ik zijn vragen en de antwoorden verstaan, ik vroeg altijd alsnog aan de tolk of hij ze kon vertalen, al was het alleen maar om de vervelende Fransman duidelijk te maken dat ik niet gediend was van zijn irritante gedrag.
De vervelende Fransman legde overigens eerst zijn mobieltje op tafel, zodat iedereen in de ruimte kon zien dat hij in Japan woont. Het heeft namelijk geen zin een mobieltje hier naartoe mee te nemen, alleen Japanse mobieltjes doen het hier. Het is een algemeen bekende truc van buitenlanders die willen bewijzen dat ze hier wonen. Als je bijvoorbeeld tegenover een blanke in de trein zit in Tokyo, pakken ze negen van de tien keer quasi nonchalant hun ‘keitai’ uit hun zak en doen ze net of ze een e-mailtje hebben gehad. Na dit mobieltje trekken incident legde hij zoals jullie waarschijnlijk wel verwachten de bandrecorder op tafel.
Kobayashi heeft mij in de komende minuut van dit verhaal nog net geen knipoog gegeven, maar het had compleet toepasselijk geweest. Kobayashi wilde graag aan ons wat materiaal van zijn nieuwe game, Devil Kings, laten zien. Hij pakte zijn laptop, zette het volume op ‘full power’ en plaatste deze recht voor mij, recht naast de bandrecorder van de Fransman. Mijn twee vrienden en ik keken elkaar vol genoegdoening aan. Het was alsof Kobayashi, mijn twee vrienden en ik een plot tegen de vervelende Fransman hadden bedacht en deze tot uitvoering bracht. Ik ben benieuwd wat de Fransman zal hebben gedacht, toen hij zijn tape nog eens afspeelde.
‘Dat zal je leren’, zal Kobayashi ongetwijfeld gedacht hebben.